Actueel

 

In zijn tuin wil Cor straks een overdekte slaapplaats

12 maart 2011

Bron: PZC 12 maart 2011 -  door Frank Balkenende

 

Eigen Nest in Goes-West, zo noemt RWS het experiment waarbij huurders meeden­ken over het ontwerp van 23 eensgezins- en 9 patiowo­ningen. De PZC volgt dat proces de komende twee jaar van nabij.

Zestien huurders uit te slo­pen woningen in Goes-West zullen het komende jaar regelmatig sa­menkomen om te praten met ar­chitect Guido Goethals van V+ G Architecten en plaatsvervangend directeurWalter Koens van Mar­saki, de projectontwikkelaar die in opdracht van corporatie RWS de huizen aan de J.P. Coenstraat ont­wikkelt. Waar je als koper gewoon kunt bepalen hoe groot je keuken wordt, of er een serre aan vast wordt geplakt of dat een tweede badkamer noodzakelijk is, moet een huurder kant-en-klare wonin­gen accepteren.

 

De RWS steekt haar nek uit door nu huurders een stem in de ontwerpen en indeling te geven. Geko­zen is voor een straat in Goes-West, omdat in die wijk de komende twintig jaar bijna alle na­oorlogse huurhuizen worden ver­vangen door nieuwbouw. Uiteraard gelden er voorwaarden. Het aantal vierkante meters is niet on­eindig, want de bouwkosten van een huis moeten er niet tot leiden dat de huurder boven de huursub­sidiegrens komt. Maar toch.

„Droom maar eens lekker en dan zullen we zien hoever we komen", moedigde architect Goet­hals de deelnemers onlangs tij­dens de startsessie aan.

 

De 43- jarige Cor de Jonge, die aan de Jacob Catsstraat woont, is sinds­dien aan het tekenen geslagen. Hij doet mee, want geboren en geto­gen inWest, wil hij in de wijk blij­ven als zijn 'eigen' huis in 2016 wordt geveld. „Het is een gezellige volksbuurt met veel sociale contac­ten. Ik vind het daarnaast leuk om invloed te hebben."

De Jonge heeft wel oren naar een nieuw huis. „ Je krijgt een duurzaam huis met goede isolatie ­m'n huidige woning tocht nogal ­dat met aardbronnen wordt ver­warmd. De energierekening zal een stuk lager zijn. Het enige min­punt is dat je straks niet meer op gas kunt koken."

Cor heeft twee varianten gemaakt. Een nogal standaardwoning met drie slaapkamers, met de keuken in het ene deel aan de voorzijde en in het andere aan de tuinkant. Waar hij zeker over wil praten, is een overkapping van een stuk tuin aan de achterkant. „ Die heb ik nu ook. Daar slaap ik van half mei tot het najaar. Gewoon op een veld­bed met een slaapzak. Lekker fris."

Een serre mét een soort car­port eraan staat dus hoog op het verlanglijstje, evenals een vliering. Verder moet er aan zijkant of achter in de tuin vol­doende ruimte en vooral hoogte zijn voor zijn kas, want natuur­freak Cor omringt zich graag met exotische planten. Zijn kas telt een paar flinke bananenbomen, die nu al het dak raken. Op de grond staan enkele muizenkooien. De muizen vormen het diner voor de wurgslangen die Cor binnen in ter­raria houdt. Ook in de tuin valt buitenissig groen te ontwaren, zo­als sarracenia's ofwel vleesetende plantjes. ' s Zomers verorberen ze hinderlijke insecten. Hij biecht op dat hij bijna meer van dieren en planten houdt dan van zijn vrien­din, die overigens ook naar de Coenstraat verkast. „We hebben een lat-relatie, maar ze komt straks nog maar twee deuren van me vandaan te wonen. Dat zijn er vier minder dan nu aan de Catsstraat."

 


Terug naar overzicht